JanWiersma.com

CIO’s plukken vruchten van server innovaties

Op de afgelopen CIO dag (Nov 25&26) in Amsterdam werd ook ‘The big data center book’ uitgereikt. Hier in werden de Data center & cloud trends voor 2013 & 2014 toegelicht.

Mijn artikel in dit boek beschreef de trends in server hardware innovaties;

Naarmate onze datacenters groter worden en de eisen van webscale- en cloudproviders de markt overnemen, worden servers meer en meer slechts een component van een grotere machine. Hoewel componenten waardevol kunnen zijn, zijn zij niet langer het hele systeem en als zodanig kan hun waarde niet los gezien worden van het datacenter waarin zij gehuisvest zijn. De efficientie van het component wordt daarmee belangrijker dan het bezitten van ‘coole features’. Wat zijn de actule ontwikkelingen die moeten zorgen voor een lager energieverbruik van servers ?

Het volledige artikel is hier te vinden.

Hivos Expert meeting datacentra

Hivos organiseert een Expert meeting, waar in Datacenter Pulse ook deel zal nemen:

Op vrijdag 28 juni organiseert Hivos een “Expert meeting data centra: Trends in de sector.”

Hivos nodigt u uit om mee te discussieren over prikkelende stellingen en visies van experts uit de sector.

Wilt u zelf een stelling verdedigen of aanvallen? Dan kan ook.

Meer informatie over de bijeenkomst vindt u in de uitnodiging (zie bijlage).

U kunt zich aanmelden door voor 22 juni een bericht te sturen aan expertmeeting@hivos.nl met daarin uw naam en uw bedrijf/organisatie.

De uitnodiging is hier: uitnodiging-def.pdf

 

Radio 1 besteed aandacht aan energie&datacentra

Het is geen geheim dat er (overheids) aandacht is voor de hoeveelheid energie die datacentra verbruiken. Er zijn echter ook een hoop initiatieven om dit energie verbruik in te dammen. Hierbij word dan met name gekeken naar de ‘overhead’ energie; de energie die niet naar IT gaat, maar verbruikt word voor bijvoorbeeld koeling.

De gemeente Amsterdam is een grote aanjager van deze efficiëntie slag. Sinds 2011 ligt er al een ‘Green deal’ tussen de rijksoverheid en de gemeente voor deze aanjagers rol.

In deze Green Deal staat zelfs:

Op basis van de Amsterdamse acties streeft de stad naar het vastleggen van een landelijke prestatienorm op basis van best beschikbare technieken voor nieuwe installaties op basis van best beschikbare technieken voor bestaande datacenters op best haalbare prestatie

De Amsterdamse Groenlinks wethouder Maarten van de Poelgeest zit hier boven op, want zo schrijft hij in zijn blog:

Wel is het zo dat de 36 Amsterdamse datacentra maar liefst 11% van het Amsterdamse bedrijfsverbruik voor haar rekening nemen.

Het Radio 1 programma Vara Vroege Vogels ging daarom bij de wethouder op bezoek en besprak de mogelijkheden voor energie efficiënte koeling met Jan Wiersma. Het fragment is te vinden op de site van de Vara: Datacenters:groener! en een copy hier (mp3) lokaal.

Datacenter & SCADA security

Vorig jaar publiceerde het Platform voor Informatie Beveiliging (PvIB) het artikel over SCADA security van mijn en Jeroen.

Hier is een copy van het complete artikel.

Vorige week bereikte mij het nieuws dat deze genomineerd was voor artikel van het jaar 2012:

Altijd leuk om zulke waardering te krijgen, maar het deed mij beseffen dat er nog veel mythes zijn rond de (on)veiligheid van SCADA systemen en BMS systemen binnen datacentra.

In de komende periode zal ik hier wat aandacht aan schenken op mijn blog.

Labels, metrieken en hokjes voor ‘groene ICT’

Oke, laten we eerlijk zijn… de meeste mensen zijn gek op labels plakken en dingen in hokjes stoppen. Het houd de zaken overzichtelijk en zorgt er voor dat we dingen met elkaar kunnen vergelijken. Zo ook in de ICT sector en de datacenter industrie.

In de afgelopen maanden werd ik diverse keren geconfronteerd met ‘misbruik’ van metrieken <pue blog> of de creatie van nieuwe metrieken of labels. Soms oneigenlijk gebruik van bestaande methode, maar steeds vaker een poging tot introductie van nieuwe labels die vooral gefocust zijn op ‘groen’ en de gehele IT dienstverlening keten.

Binnen DatacenterPulse (DCP) hebben we de diverse lagen en onderdelen in het datacenter gevat in een praat plaat genaamd de DataCenterPulse Stack. Naast het feit dat deze de opbouw en onderlinge afhankelijkheden laat zien van de lagen, word hier ook gesproken over metrieken of labels.

Het gedeelte van “Input metrics –> Layer metrics per business sector” doelt daar op. Het verwijst naar de verschillende metrieken en labels die op de diverse lagen beschikbaar zijn.

Voorbeelden hier van zijn:

  • PUE, op de Physical&Real Estate laag, welke energie efficiëntie in het facilitaire deel van het datacenter in beeld brengt.
  • WUE, op de Real Estate laag, welke efficiënt water gebruik in beeld brengt.
  • SPECpower, op de Platform laag, welke energie efficiëntie voor servers in beeld brengt.
  • Etc…

Diverse organisaties proberen ook al enige tijd een ‘usefull work’ metriek uit te brengen. Deze moet de overhead in energie gebruik laten zien v.s. de hoeveelheid energie die verbruikt word voor het ‘werk dat er echt toe doet’.

Dit is echter lastig op te lossen aangezien ‘usefull work’ voor het ene bedrijf iets totaal anders kan betekenen dan voor het andere bedrijf. De output van IT kan niet altijd op dezelfde manier gewogen worden.

Het brengt ook het probleem met zich mee van het vangen de de alle lagen in de Stack in 1 label of berekening/metriek. Gezien de complexiteit van al deze lagen en de variabelen (kwalitatief / kwantitatief) is de vraag of dat wel haalbaar is.

Een recente discussie die ik mocht bijwonen ging over een ‘groen label voor cloud computing’. Hier mee zou dan gemakkelijk leveranciers te vergelijken zijn en kunnen bedrijven aantonen dat ze ‘groener’ worden door over te stappen naar cloud computing. Het zou dan een F tot A++ label zijn, zoals met wasmachines en koelkasten op dit moment werkt.

Ik begrijp de hang hier naar best, maar laten we deze wens eens uit elkaar trekken:

  1. We beginnen met de definitie: wat is groen dan ? Vaak zie je dat er eigenlijk energie efficiënt word bedoeld. Echter bij groen moet men alle elementen van verbruik mee nemen. Hier in zit dus ook water gebruik en andere grondstoffen. Ook uitstoot moet eigenlijk mee genomen worden. Van totale CO2 uitstoot tot afval van server systemen.
  2. Hoe weet ik of ik ‘groener’ word ? Dit betekend dat ik in de hele context van de vraag moet weten waar ik nu sta en dat ik dit moet kunnen vergelijken met het ICT ecosysteem van een ander.
  3. Wat is dan de definitie van cloud computing ? Hier zijn al hele boeken en blogs over vol geschreven. Deze afkadering is nog steeds erg flexibel. Laten we voor dit argument eens zeggen dat het Software As A Service is (SAAS). Dan betekend dit dat we de hele DCP Stack in 1 label proberen samen te vatten op het onderwerp ‘groen’. Hier in zouden we dus alle soorten koeling, stroom distributie, server typen, besturingssystemen, applicatie frameworks en talen moeten wegen en in 1 label moeten vangen…

Een label op deze twee grote hypes (groen & cloud) die uit zulke complexe onderdelen bestaat… schreeuwt om misbruik door zijn eigen industrie. Zoals we binnen de datacenter industrie ook met PUE hebben gedaan.

Dit brengt ons bij het punt van creatie, acceptatie en standaardisatie van metrieken en labels. Mijn GreenGrid collega Andre Rouyer gebruikt daar altijd een mooi plaatje voor:

image

Deze begint bij Industry Alliances zoals de Green Grid, ICT~Office, DatacenterPulse, etc.. Dit is vaak de broedplaats voor nieuwe labels en metrieken. Zodra is voldoende markt acceptatie is, worden deze uitgewerkt door Standaardisatie organisaties. Denk hierbij aan NEN, CENELEC en ISO. Deze uitwerking leid tot een meetbaar en auditbare norm op het label of de metriek. Het zorgt voor duidelijke definities en beoordelingscriteria. Hierna worden deze normen opgenomen in (lokale) regelgeving door de diverse Overheden en kan er op gehandhaafd worden. Dit totale proces duur jaren.

Met de PUE hebben we gezien hoe dit proces kan (mis)lopen: bedacht door de GreenGrid en uitgewerkt in 2 a 3 jaar. Op dit moment ligt het op ISO niveau waar het tot een internationale standaard uitgewerkt gaat worden in de komende 2 a 3 jaar. In de tussen tijd heeft echter de overheid de PUE al opgepikt om er op te handhaven. Daarbij is er dus een belangrijke stap overgeslagen.

Het gebruik van metrieken&labels voor regulering vanuit overheid moet daar naast ook niet leiden tot de blokkade van innovatie zoals dat bij de adoptie van ASHRAE 90.1 gebeurde, waarbij het uitgebrachte label elke andere vorm van innovatieve koeling uitsloot. Als dit label vervolgens een wettelijke eis word door overheid adoptie, dan streeft deze in feiten zijn eigen doel voorbij.  

Men moet dus goed nadenken over de consequenties van de introductie van metrieken en labels:

  1. Is het wel haalbaar; probeer ik niet een te complex systeem te vangen ?
  2. Zijn de definities van de onderdelen die ik probeer te vangen wel helder ?
  3. Welke manipulatie laat het label toe ? (gaming the system)
  4. Indien er adoptie plaats vind door de overheid; welke effecten zal dit hebben op je sector/industrie ?

Het proces daarna is zo mogelijk nog belangrijker: uitproberen en testen van het label/metriek door de markt –> veel feedback verzamelen en verwerken –> aanscherpen en verder uitwerken. Indien blijkt dat het toch niet zo’n goed idee was, dan ook niet bang zijn om weer afscheid te nemen van het idee. Pas als het label goed gerijpt en uitwerkt is, dan is het klaar voor de stap naar standaardisatie.

De roep om een label is makkelijk gedaan, maar zoals de Amerikanen zeggen ‘Be Careful What You Wish For’.

Nabrander – Groene software; door beïnvloeden van gedrag

Naar aanleiding van de workshop rond groene software, mijn blog en presentatie daar, zijn er nog een aantal zaken die ontbraken in mijn vorige blog of interessante zaken die voorbij kwamen in de discussie.

sf

1. Virtualisatie.

Zoals de heren van Schuberg Philis lieten zien in hun presentatie, zijn veel systeem resources op servers onderbenut. Virtualisatie kan daarbij duidelijk een rol spelen; het zorgt voor betere uitnutting van de beschikbare hardware. Aangezien een server die niets staat te doen (idle is) toch 40-60% van zijn maximale energie consumeert, levert dit dus energie besparingen op.

2. Strippen en tunen van je server OS.

In de discussie kwam de overhead van besturingssystemen aanbod; In de afgelopen jaren zijn besturingssystemen (OS’en) zoals Windows en Linux uitgegroeid tot alleskunners. De leverancier van het OS weet uiteraard vooraf niet wat de klant er op wil draaien. De ene keer kan het een email servers zijn, de volgende keer een database server. Standaard komt een modern OS dus met een waslijst aan services of daemon’s die aan staan. Daar boven op komen vaak nieuwe services van een virusscanner, een inventory tool, monitoring tool, etc.. Al met al gaan er een hoop computer resources verloren met al deze services en deamon’s.

IT Security specialisten leren ons echter ook al jaren dat je server OS’en dient te ontdoen van al deze overhead. Dit maakt namelijk de mogelijke ingangen voor hackers kleiner. Diverse tools van IT leveranciers kunnen hierbij helpen. Ook kan men steeds meer kiezen voor zo geheten virtual appliances. Deze virtuele servers zijn door de leverancier al gestript en taak specifiek gemaakt.

Het strippen en tunen van je server OS na het installeren van zijn specifieke rol is dus een security en (energie) efficiëntie noodzaak.

kngs-sf3. Is energie afname van software wel te ‘zien’ ?

Er was een kritische kanttekening bij het feit of de energie afname van een query wel te zien was;

Systeembeheerders weten al enige tijd dat het systeem wat zijn in beheer gaan nemen voorzien moet worden van een baseline. Hierbij word basis gedrag van het systeem bepaald, zodat er binnen monitoring en beheer applicaties drempelwaarde gezet kunnen worden om het nieuwe systeem in de gaten te houden. Op deze manier worden de beheerders niet onnodig belast met valse meldingen.

Tijdens een goed OTAP proces met performance testen, worden dit soort baselines opgesteld voor hele applicatie ketens. Dit helpt de test&performance analist om te bepalen hoe de applicatie keten werkt en of deze goed werkt. Deze gegevens kunnen later gebruikt worden om de beheerder te voeden voor zijn baseline.

Als men een goede baseline (op een gestripte server) vast stelt, is het zeer goed mogelijk voor een applicatie ontwikkelaar om relaties te leggen tussen de handelingen die zijn code uitvoert en het gebruik van systeem resources.

4. Server energie afname.

Zoals bij 1 aangegeven gaat ook een hoop energie verloren in systemen die niets staan te doen. Tijdens de discussie gaf dit een opening tot de ontwikkeling van efficiënte hardware. Daar heb ik in vorige blogs al een hoop overgeschreven. Wat nog specifiek het vermelden waard was:

OpenCompute project heeft een OpenRack design uitgebracht waarbij o.a. met DC power gewerkt word in het rack. Servers hier voor zullen binnen kort van HP en Dell op de markt komen. Binnen kort meer…

De Schuberg Philis mannen tipte mij nog een Anandtech artikel over een test met OpenCompute server hardware; http://www.anandtech.com/show/4958/facebooks-open-compute-server-tested

5. IT Energie afname is geen focus voor vele.

Al vroeg tijdens de bijeenkomst viel het feit dat energie afname door IT, voor veel bedrijven geen primaire focus zou zijn. Dat is een punt wat ik onderschrijf, zeker voor bedrijven waarbij ICT niet hun primaire product is maar een ondersteuning. Voor veel van dit soort bedrijven zitten hun grote kosten (OPEX) niet in energie.

In 2009-2010 concludeerde diverse mensen en organisaties al dat de adoptie van energie efficiëntie daar door maar lastig op gang komt. Zolang er voor een bedrijf geen grote financiële motivator onder zit, zal het lastig blijven om hier focus op te krijgen.

De opkomst van Cloud computing en met name bedrijven in de IAAS / PAAS sfeer, helpt om holistisch gezien deze efficiëntie slag wel te maken;

Voor de bedrijven die de IAAS/PAAS dienst leveren is het datacenter en zijn energie afname wel een grote kosten post, zeker gezien de schaal grote waar veel van dit soort infrastructuren op worden gebouwd. Het verhuizen en consolideren van IT services uit de bezemkast van niet-IT-bedrijven naar een Cloud computing provider levert op dit vlak dus een juiste prikkel.

Zoals in mijn vorige blog vermeld, krijgen de gebruikers van de IAAS/PAAS diensten ook een goede prikkel om efficiëntie programmeer code te gebruiken. De pay-per-use modellen in veel Cloud computing aanbiedingen zorgen daar voor;

“the art of efficiënt programming is lost… Cloud will bring it back… “

Groene software; door beïnvloeden van gedrag

the_cascade_effectKijkend naar energie verbruik zien we dat elke Watt die bespaard word bij de bron uiteindelijk optelt tot een veelvoud daar van in de gehele energie keten van het datacenter. Emerson noemt dat het Cascade Effect.

Nu we zien dat de PUE langzaam richting de (theoretische) 1 zakt, word het zaak om te kijken welke winsten er nog meer te behalen zijn in het datacenter. Op facilitair vlak gaat daar bij de focus naar bijvoorbeeld WUE. Op het vlak van IT was men al bezig efficiënter om te gaan met de bronnen door de inzet van bijvoorbeeld virtualisatie en deduplicatie. 

Dit alles speelt zich echter af op de IT infrastructuur laag. Wat zou er dus nog te behalen zijn bij de ‘echte’ bron in de ICT; software & applicatie ? Door hier te bezuinigen zouden we volgens het cascade effect een veelvoud moeten kunnen besparen.

Begin 2010 haalde ik al aan dat er diverse leveranciers, waar onder Microsoft, Intel en HP, bezig waren de mogelijkheden te verkennen door applicatie ontwikkelaars inzicht te geven in energie verbruik van hun systemen. Dit door middel van SDK’s.

In de afgelopen jaren, waar in ik verantwoordelijk was voor diverse omgevingen binnen commerciële en overheidsbedrijven, heb ik de kans gehad om te kunnen experimenteren met de gedachtes rond beïnvloeden van IT gebruik, door met name ICT-ers zelf. Dit door middel van transparantie in gebruik en verbruik van ICT en het ontwikkelen van kostenmodellen hier op.

Het recent opgerichte Knowledge Network Green Software is ook bezig met dit soort ontwikkeling. In aanloop naar een bijeenkomst hier over op 8 mei 2012 aanstaande, vast een samenvatting van mijn ervaringen rond de ontwikkeling van groene software door het beïnvloeden van verbruiksgedrag. 

Gedachte

Door ontwikkelaars inzicht te geven in verbruik, kun je zorgen dat ze efficiënt omspringen met hun resources. Dit is een normale manier van benaderen als het gaat om IT resources zoals CPU, RAM en verbruik van Disk I/O’s. De software ontwikkelaar controleert de performance van het systeem (eventueel met een software tester) zodat zijn eind product op een normale manier functioneert.

De opkomst van kosten modellen is ook een trend in ICT. Zeker de introductie van virtualisatie heeft dit bevorderd. Aan de ene kant was er de wens vanuit de business om meer naar een pay-per-use model te gaan en andere andere kant was er soms de wens vanuit de IT afdeling om virtualisatie aan banden te leggen. De zo genaamde VM Sprawl is een bekende term voor ICT-ers, waarbij het gemak en de lage kosten voor een virtuele server (VM) leiden tot honderden virtuele servers waar niemand meer van wat van wie ze zijn en waarom ze er zijn. Om dit gedrag aan banden te leggen werden de kosten van VM’s in beeld gebracht en (automatisch) door belast.

Wat nu als we het performance inzicht voor de ontwikkelaar uitbreiden met inzicht in stroom verbruik en deze voorzien van een kosten prikkel door kWh te verrekenen?

Hier mee zou hetzelfde gedrag gestimuleerd kunnen worden als die bij de introductie van slimme energie meters in de thuis omgeving; gedrag sturen door inzicht te geven. Het werkt voor de Eneco Toon en de Nuon E-manager

OTAPdtap

De experimenten werden uitgevoerd in een zo geheten OTAP omgeving (of DTAP in het Engels). Dit is een belangrijke basis aangezien een dergelijke omgeving zorgt voor gecontroleerde uitrol van software en een consistente omgeving. Dit betekend dat de omgeving waar in ontwikkeld, getest en geaccepteerd wordt gelijk is aan de productie omgeving.

In de OTA omgeving word de software ontwikkelaar of database query schrijver voorzien van enkele standaard metrieke voor zijn software ontwikkelaar; CPU , RAM en disk I/O gebruik.

dashboard

Deze werd aangevuld met kWh gegevens van de gebruikte systemen. Al deze gegevens waren (near-)realtime beschikbaar. Zo was het effect van wijzigen van enkele regels code of een query op een database direct terug te zien.

Om de juiste prikkel te creëren werden alle projecten die de OTA omgeving gebruikte belast voor het gebruik van hun resources. Dit op basis van een vast component rond afschrijving van de gebruikte hardware en het beheer daar van. Het flexibele component was het kWh verbruik. Het loont dus voor de project leider om systemen s ’nachts uit te laten schakelen en projectleden te stimuleren energie efficiënte code te schrijven.

Na de normale OTA procedure word de software in productie genomen. Tijdens de experimenten word in productie nogmaals gemeten. Dit om te controleren of aangepaste versies van de software (releases) werkelijk efficiënter zijn geworden in de productie situatie.

 

Technische setup

Om dit alles technisch te kunnen laten werken is wel een omgeving nodig waar in de feedback bijna realtime aan de ontwikkelaar gegeven kan worden.

Tijdens de diverse experimenten werd daar voor het volgende gebruikt:

  • HP c-class blades, IPMI, OA, ILO – De HP ILO en OA (voor blades) geeft realtime inzicht in energie verbruik. Deze gegevens zijn o.a. via scripts (SSH) op te vragen. Voor andere systemen kan men terug vallen op IPMI. Veel IPMI implementaties geven de mogelijkheid om energie verbruik te zien. Er zijn diverse (opensource) tools beschikbaar om IPMI gegevens op te vragen en te verwerken.
  • Windows, Linux – Als besturingssysteem (OS). Deze OS’en kunnen optioneel gebruik maken van Microsoft’s Joulemeter of Intel’s Energy Checker SDK.
  • Oracle DB , Java –
    Als database en default programmeer taal.
  • HP OpenView, HP Insight Control – Voor collectie, verwerking en dashboarding van de gegevens. Uiteraard kan hier voor ook opensource producten zoals Cacti gebruikt worden.
  • VMware vCenter – Voor inzicht in virtuele systemen.
  • Visual Studio performance testing, HP LoadRunner (Mercury) – Deze ontwikkel tools bieden ook veel mogelijkheden om realtime gegevens rond performance en gebruik uit systemen te halen.

Aandachtspunten uit deze experimenten

Bovenstaande setups werkte uitstekend. Zonder veel moeite kon in de meeste gevallen 20% op de energie worden bespaard. Dit door de juiste query’s en code te schrijven. Ook werden de software ontwikkelaars scherper op het schrijven van code zonder al te veel overhead.

De experimenten kende ook de nodige (onopgeloste) uitdagingen:

– Virtualisatie; het meten van energie consumptie met IPMI op hardware niveau is goed te doen. Echter op VM niveau word het een stuk lastiger. VMware heeft al wat werk op dit vlak gedaan met hun Host Power Management in vSphere 5. Zie: http://www.vmware.com/files/pdf/hpm-perf-vsphere5.pdf. Dit is een goede eerste stap, maar verdient nog nadere uitwerking. Af en toe week het totaal energie verbruik op hardware niveau af van het totaal verbruik van de VM’s of werden er cijfers gerapporteerd die niet realistisch aan voelde. Microsoft is ook aardig op weg met hun Joulemeter. De whitepapers van dit Microsoft team zijn echt een must-read voor energie verbruik&virtualisatie. Het is echter onbekend wat de integratie is met Hyper-V. Energie meting opties met KVM of Xen zijn niet gevonden ten tijden van de testen.

– Slechte interne sensoren; in navolging van de afwijkende getallen in de virtualisatie omgeving rond energie verbruik zijn er controles gedaan met externe, geijkte, energie meters. Hierbij bleek er soms 40% verschil te zitten tussen de door HP OA/ILO gerapporteerde energie afname op hardware niveau en de externe meter. Al met al werd geconcludeerd dat in sommige hardware implementaties kwalitatief slechte sensoren gebruikt worden.

– OTAP gedachte; bovenstaande experimenten werken alleen als alle stappen uit het OTAP proces voorzien zijn van dezelfde of nagenoeg zelfde omgevingen. Dit betekend dat men niet alleen software op  release matige manier moet uitrollen, maar ook zo met infrastructuur moet omgaan. Hierbij waren tijdens de testen bijvoorbeeld verschillen te zien in energie efficiënte query’s die wel goed werkte in OTA maar in productie niet. Daarbij bleek productie in 1 geval voorzien te zijn van een Oracle database patch die niet in OTA aanwezig was. Deze had een 60% stijging in energie tot gevolg. In een ander geval waren het enkele ontbrekende Microsoft Windows patches.

– Keten denken & architectuur; al snel bleek dat energie verbruik en efficiëntie ook mee genomen moet worden in de totale architectuur van een applicatie en zijn infrastructuur. Juist bij de applicaties die meerdere systemen gebruiken om hun functionaliteit te kunnen leveren, zijn grote besparingen te halen. Een 3 lagen architectuur is daarbij niet vreemd tegenwoordig; database – applicatie – webserver. De focus tijdens de ontwikkeling dient dus breder te zijn dan enkel die ene query op de database. Hierbij kunnen integratie en test specialisten op infrastructuur en software niveau een rol spelen.

– Keuze van hardware, software; de testen en experimenten zijn uitgevoerd met componenten die op dit moment vast lagen in de architectuur en standaarden. Er is niet gekeken welke effecten de selectie van hardware, besturingssysteem, middelware, database, programmeertaal of programma framework heeft op de energie afname. Wel kwam de keuze voor hardware tot stand door SPECpower als selectie onderdeel te gebruiken.

– Open en integratie; integratie tussen de diverse IT lagen was de sleutel om dit geheel inzichtelijk te krijgen. De schakel die echter miste was de integratie met het fysieke datacenter. Zo levert de PDU en andere elementen uit de energie keten ook kWh gegevens. Deze waren lastig te integreren, zeker als het gaat om protocollen als Modbus.

Integratie en keten denken

Dit laatste punt word ook in de DatacenterPulse Top10 (PDF) voor 2012 aangehaald:

10. CONVERGED INFR. INTELLIGENCE • UPDATE: The Data Center Infrastructure is becoming a complex machine requiring connection up the stack • Treat the DC infrastructure as an IT system • Converge in the infrastructure instrumentation and control systems • Connect it into the IT systems for ultimate control• Standardize connections and protocols to connect components • What’s measured and controlled will be addressed and tuned

Daarbij is de laatste de ‘oneliner’ waar het allemaal om draait: “What’s measured and controlled will be addressed and tuned”

Ondanks bovenstaande uitdagingen zullen we zien dat de komende jaren er steeds efficiëntere software zal ontstaan. Dit zal misschien niet direct gedreven worden vanuit de enkele centen die bespaard worden op de kWh maar meer vanuit het pay-per-use kosten model waar Cloud computing ons mee confronteert. De uitrol van inefficiënte software code of frameworks zal direct een hogere rekening van Amazon (AWS) opleveren. En niets werkt zo stimulerend als dat…

Datacenter Pulse Top 10 – 2012

Tijdens de afgelopen Datacenter Pulse Summit 2012, werd de Top10 opnieuw vastgesteld. De Top10’s van de afgelopen jaren (klik voor groter formaat):

image image

image

Het doel van deze Top10 is de datacenter leveranciers een indruk te geven van de problemen waar datacenter eigenaren (dagelijks) mee worstelen.

De 2012 Top10 bestaat uit de volgende elementen:

1. Facilities and IT Alignment:  Al jaren is de kloof tussen facilitair en IT een probleem voor veel bedrijven. De uitdaging is om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen, kosten transparant te maken en technologieën op elkaar te laten aansluiten. Grote bedrijven zoals Microsoft, Google en eBay hebben dit probleem reeds onder controle. In de rest van de ICT sector moet dit zijn beslag nog krijgen.

2. Simple, top-level efficiency metric: Data Center Pulse komt met een voorstel voor een Service Efficiency metriek, welke uitgebreid behandeld is door datacenter eindgebruikers tijdens de afgelopen DCP Summit. Het voorstel bevat een framework die zou moeten werken als een liter-op-kilometer model voor datacentra. Het voorstel word deze zomer uitgewerkt en daarna uitgebracht. Meer info in deze  video.

3. Standardized Stack Framework: Al enkele jaren word er gewerkt aan de Data Center Stack. Deze lijkt op het OSI Model, maar dan voor de hele datacenter keten. De 7 lagen in de Stack helpen om de conversatie tussen IT en Facilitair op gang te brengen en relaties tussen onderdelen aan te geven. Versie 2.1 is uit gegeven en word met hulp van andere organisaties zoals Green Grid verder uitgewerkt.

4. Move from Availability to Resiliency: Nu de weerbaarheid applicaties om uitval op te vangen steeds groter word en men beschikbaarheid met geografische spreiding kan oplossen, betekend dit dat men anders kan gaan nadenken over beschikbaarheid in het fysieke datacenter. Het goed uitwerken van deze balans kan kosten verlagen en uiteindelijk beschikbaarheid dramatisch verhogen.

5. Renewable Power Options: Dit is een typisch US probleem; de beschikbaarheid van ‘groene’ stroom mogelijkheden is beperkt in de US. “The lack of cost-effective renewable power is a growing problem for data centers, which use enormous volumes of electricity. Data Center Pulse sees potential for progress in approaches that have worked in Europe, where renewable power is more readily available than in the U.S. These include focusing business development opportunities at the state level, and encouraging alignment between end users, utilities, government and developers.”

6. “Containers” vs. Brick & Mortar: Zijn containers en modulaire ontwerpen realistische optie? Nu steeds meer organisaties hier mee aan de slag gaan, is het belangrijk om hier over de juiste informatie te delen. Een modulair ontwerp dat bij de ene organisatie past, hoeft niet noodzakelijker wijs ook bij de andere. Ook zijn er hybride ontwerpen mogelijk waarbij een bijvoorbeeld een container onderdeel kan uit maken van de bestaande installatie.

7. Hybrid DC Designs: De hybride benadering geld voor modulaire ontwerpen maar ook voor de TIER levels en de redundantie van mechanische en elektrotechnische systemen. Steeds meer datacenter eigenaren besparen geld door het datacenter slim in zones te verdelen waarbij verschillende niveuas van beschikbaarheid mogelijk zijn.

8. Liquid Cooled IT Equipment Options: Voor veel IT operaties is het belangrijk om de hoeveelheid werk per Watt te verhogen. Een hogere densitie (kW) per rack kan hier een positieve rol bij spelen. Hier door komen de limieten van luchtkoeling in beeld en word vloeistofkoeling economisch interessanter. .

9. Free Cooling “Everywhere”: Uit de recente case study van Green Grid over het eBay Project Mercury blijkt dat 100% vrije koeling, het gehele jaar, zelfs mogelijk is in plaatsen als Phoenix (AZ, USA) waar het zomers meer als 45C kan worden. Engineers moeten verder uitgedaagd worden om dit soort opties uit te werken en producten te ontwikkelen die dit ondersteunen.

10. Converged Infrastructure Intelligence: Data center operators moeten hun infrastructuur kunnen benaderen als een geheel systeem. Hierbij dient meting en controle op basis van integratie tussen IT en facilitaire techniek mogelijk te zijn. Datacenter Infrastructure Management (DCIM) is onderdeel van deze trend, maar er is nog veel werk nodig om protocollen en connecties te standaardiseren.

Hier de video met de uitleg van Dean Nelson en zijn blog:

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=FhBcTJ3H5OA&w=448&h=252&hd=1]

 

DCP Summit 2012

Dit alles werd samen gesteld op de 2012 Datacenter Pulse Summit vorige week, waar van hier een samenvatting:

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=eugWuhzszbQ&w=448&h=252&hd=1]

Containerized and/modular data center facility (CMDF) platforms

In oktober 2009 gaf ik een presentatie rond de inzet van containers waarbij ik de markt splitste in diverse mark segmenten die op hun eigen manier de modulaire en container markt aan het benaderen waren. Sinds die tijd is er veel veranderd. Tegenwoordig word er vaak gesproken over container/modulaire datacentra (CMDF), waarbij grof weg de markt er nu zo uit ziet:

Dia2    Dia1
Uit de hoek van high-scale IT leveranciers komen voornamelijk oplossingen waarbij (aangepaste) hardware in een container als full service concept geleverd word. De traditionele IT leveranciers leveren hun container of module het liefst met eigen hardware, maar kunnen vaak ook andere hardware huisvesten. De traditionele datacenter facility leveranciers leveren hun container of module zonder hardware. Deze leveranciers zitten ook vaak meer in de hoek van modulaire computer ruimtes dan de ISO containers.

Daarbij is dus te zien dat het ISO container formaat dus niet altijd een eis is en ook mobiliteit van de oplossing is al geen noodzakelijk onderdeel van een CMDF platform meer.

De huidige definitie van een CMDF is daar mee:

“A set of one or more prefabricated modules that are transported to and assembled at a specific site and
together provide the required payload capacity, while optionally providing the underlying power and cooling
infrastructure supporting the solution.”

Daarbij zijn o.a. de volgende karakteristieken van toepassing:

  1. Volledig pre-engineered & prefabricated product;
  2. Standaardisatie;
  3. Snelle levertijd.

Zoals altijd zijn er grijze gebieden in de CMDF definitie en zijn karakteristieken. Er zijn bijvoorbeeld leveranciers die een deel van de karakteristieken pakken en het ook modulair noemen.

  1. Bedrijfsvoordelen voor de inzet van een CMDF kunnen zijn:
  2. Spreiden van kapitaal investering (CAPEX)
  3. Lagere energie kosten (meestal mogelijk door directere koeling)
  4. Lagere operationele kosten (door standaardisatie)
  5. Snellere uitrol (weken in plaats van maanden)
  6. Reductie van risico (door standaardisatie en door kleinere uitval zone)
  7. Mogelijkheid tot Recycle/Refresh (op een per module basis)

Over de CMDF’s zijn twee uitstekende whitepapers beschikbaar, die uitgebreid de voor/nadelen en toepassingsmogelijkheden behandelen:

Leveranciers markt update.

DatacenterKnowledge heeft een kort overzicht in februari 2012 gemaakt.

De vrienden van Datacentermap.com hebben in 2009 een aanzet gedaan tot een overzicht, maar deze is een beetje verouderd. Hier onder een overzicht/update. Dit op basis van algemeen bekende leveranciers en een zoek actie op internet.

Sortering loopt van High-scale IT leveranciers naar Datacenter eigenaren/co-lo’s als CMDF leverancier.

Continue with reading